De pijn van het gebrek aan emotionele verzorging uit je jeugd herhalen we vaak in onze volwassen liefdesrelaties. Hiermee bedoel ik dat we als kind niet de aandacht, waardering, erkenning en bevestiging kregen waar we recht op hadden en behoefte aan hadden. Zonder het te beseffen, gaan we op zoek naar compensatie. We kiezen onbewust een partner uit die qua emotionele beschikbaarheid lijkt op één van onze ouders. Dit kan zich steeds in een andere vorm voordoen.
De ene keer kan het bijvoorbeeld een partner zijn die fysiek onbeschikbaar is, zoals iemand die bezet is, ver weg woont, jou niet goed kent of niet ziet staan. De andere keer kan het een emotioneel onbeschikbare partner zijn: iemand die zich niet kan binden, zich niet in jou kan verplaatsen vanwege bijvoorbeeld autisme of narcistische trekken, psychische problemen heeft of verslavingsgedrag vertoont.
Aan de andere kant kan het ook zijn dat we onbewust een partner kiezen die juist wel altijd beschikbaar is en alles wil doen om onze aandacht en goedkeuring te krijgen. Dit kan leiden tot een dynamiek van afhankelijkheid en overcompensatie, waarin de partner meer bezig is met onze zorg dan met hun eigen grenzen. Ook al word je er niet gelukkig van, het is wat je kent en daardoor voelt het vertrouwd.
Vervolgens raak je, hoe kan het ook anders, getriggerd in je ‘oude pijn’ en ga je je overlevingsmechanismen inzetten om de pijn van vroeger in je huidige relatie te voorkomen. Dit is een strijd die je gemakkelijk kunt verliezen, want al snel ga je merken dat je samen in een destructieve dynamiek terechtkomt: de dans van aantrekken en afstoten.
Binnen het fenomeen onveilige hechting kunnen we onderscheid maken tussen een angstige hechtingsstijl (verlatingsangst) en een vermijdende hechtingsstijl (bindingsangst). In feite gaat het over hetzelfde: een groot verlangen naar liefde in combinatie met een diepgewortelde angst voor emotionele intimiteit. Er wordt echter een tegengesteld overlevingsmechanisme ingezet. De verlatingsangstige reikt uit om de liefde en veiligheid veilig te stellen. De bindingsangstige daarentegen verlangt wel naar liefde, maar zoekt zijn veiligheid in het nemen van afstand.
De verlatingsangstige voelt enorm veel angst als de bindingsangstige niet in zijn/haar intimiteitsbehoeften kan voorzien en afstand neemt, maar kan zich niet van de relatie losmaken. Als de bindingsangstige wat afstand heeft, zakt de angst en zal het verlangen naar liefde weer naar de voorgrond komen. Als de bindingsangstige terugkeert, zal de angst bij de verlatingsangstige weer wegzakken om plaats te maken voor opluchting of zelfs euforie. Zo ontstaat er een knipperlichtrelatie. Bij de bindingsangstige speelt er onderliggend altijd verlatingsangst en bij de verlatingsangstige altijd bindingsangst. Per situatie of per partner kan de rol die je kiest dus ook verschillen. Er zijn vele variaties op deze dynamiek mogelijk. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat je het helemaal niet meer aandurft om een relatie te hebben.
We noemen de liefdesbange dans ook wel relatieverslaving. De heftigheid van deze dynamiek wordt al snel verward met echt liefde. Maar niets is minder waar: het is een ‘shotje’ liefde dat je nodig hebt om je ‘oude pijn’ te dempen. Je gaat een afhankelijkheidsrelatie aan om een intern gemis bij elkaar op te vullen.
Wat is er dan nodig om deze dynamiek een halt toe te roepen? Je hebt het vast al vaker gehoord, maar het is essentieel om zelf zorg te gaan dragen voor het gemis en verlangen binnen jezelf. Dan wordt de relatie met een ander niet meer een noodzaak, maar een mooie aanvulling. Ook hiervoor geldt dat er geen quick fix bestaat. Je moet het zelf doen, maar je hoeft het gelukkig niet alleen te doen. Met mijn hulp kun je de juiste stappen gaan zetten naar heling, zelfliefde en autonomie.